Sinterklaas bestaat niet meer

reportage

Zie je een neger, wrijf dan met je natte vinger over zijn wang. Het is geen echte neger. Het is 16 november 2008. Niets is meer echt. Operatie INTOCHT SINTERKLAAS in Amsterdam is een samenzwering. Hoofdsamenzweerder en hoofdsponsor is communicatiebureau Conspiracy Concepts, ‘Breathing together’.


Ik heb het kind van Sinterklaas gezien. Het was geen Ohra-reclame. Was het kind echt? Ik kneep het in zijn arm en het begon niet te huilen. Het was te bang om te huilen. De vader werd boos. Tijdens mijn vlucht struikelde ik over het ceintuur van mijn lange donkere jas. Ik bereikte net op tijd mijn fiets. De vader had geen kans. Amsterdamse vaders rijden op logge bakfietsen. Echte vaders zijn geen mannen.

De nepneger werd níét boos. Hij pakte een zakdoek uit zijn zak en wreef ermee over zijn wang. Daar waar mijn natte vinger een witte plek had achtergelaten. Het kind van Sinterklaas liet ik verder met rust. Het was blank. Ik durfde niet meer dicht genoeg in zijn buurt te komen om aan zijn baard te trekken. Ik denk niet dat de baard echt was. Maar dat is die van zijn vader ook niet.

Het kind van Sinterklaas werd omringd door zijn lijfwacht. De negertjes waren bijna allemaal van zijn leeftijd. Vijf of zes. Op die leeftijd zijn ze op hun gevaarlijkst. Kinderen. De negertjes vormden één zwart lichaam. Alle kinderen dragen op 16 november dezelfde naam. Geloof je me niet? Ga maar eens achter zo’n groepje kindsoldaten staan en roep heel hard ‘Piet!’. Alleen het kind van Sinterklaas keek niet om.

Ik fietste van brug naar brug. Overal waar ik kwam gingen de nekhaartjes van de moeders overeind staan. Ze drukte hun kinderen dichter tegen zich aan. Ik was geen Piet. Geen Sint. Geen toerist. Ik had geen kind aan mijn hand. Ik had daar niets te zoeken die dag. Ik had niet eens een hond om uit te laten. Wel had ik inmiddels zwarte vegen op mijn gezicht. Ik veegde telkens het zweet van mijn voorhoofd met mijn door nepnegerhuid besmeurde vingers.

Ik fietste steeds sneller. Bij elke brug trof ik hetzelfde tafereel aan. Reikende halzen. Vaders en moeders met kinderen die te lang hadden ontbeten kwamen op het laatste moment aansnellen. Paniek. Waar is ie? Daar is ie! Zie je hem? Kom, ik til je op. Aanschouw de glorieuze leider op zijn glorieuze museumboot. Keer je gezicht naar hem als naar de zon.

Maar spuug niet in zijn gezicht, o kinderen. Gooi geen pepernoten terug. Beschimp hem niet. Onze leider mag dan een oude man zijn en vriendelijk zwaaien. Achter zijn baard gaat een angstaanjagende grijns schuil. Zijn vreemdelingenpolitie zal je van de kade plukken en in een zak stoppen. Je wordt wakker in Spanje. Nee, niet op de camping. Ik maak geen grapjes.

Mijn zus kreeg vroeger poppen van sinterklaas. Ze waren te groot, slechts een van de poppenbenen pasten in de schoen die mijn zus gezet had. Naaipiet had de poppen zelf gemaakt. Ze droegen dezelfde kleren als mijn zus. Sinterklaas had de kleren niet in de winkel kunnen zien, want onze mamma maakte onze kleren zelf. Daardoor wist mijn zus dat Sinterklaas overal was.

Mijn zus durfde niet stout te zijn. Ze geloofde niet god. Ze geloofde in Sinterklaas. Bij alles wat zij deed keek hij toe. ‘s-Avonds, als zij in haar bedje lag, gloeiden de ogen van de poppen in het maanlicht dat door een kier in het gordijn naar binnen stroomde. Soms dwaalde haar handen af. Over haar lichaam naar beneden. Maar dan hoorde ze bonken op het dak. Ze besefte niet dat het het kloppen was van haar eigen hart.

Ik had haar gisteren aan de telefoon, ze voelt zich nog steeds bekeken. Ze woont nu in Spanje. Ze is getrouwd met een neger. Ze hebben geen kinderen. Het is niet alleen voor haar dat ik dit doe. Dat ik het harde koude mes geklemd houdt in mijn warme zachte hand. Verborgen in mijn linker jaszak. Het is ook voor mezelf dat ik naar het scheepvaartmuseum fiets.

Ik was vijf. Of zes. Ik kon niet slapen. Misschien voelde ik dat er iets niet klopte. Ik sloop over de trap naar beneden. Mijn vader zat op zijn knieën voor de openhaard. Hij probeerde een pakje in de vorm van een pop in schoen van mijn zus te proppen. Achter hem op de woonkamertafel lag een rol inpakpapier. Rood, met Sinterklaas erop. En lachende Pieten.

Ik besefte toen voor het eerst dat volwassenen liegen. Dat ze niet alleen dingen achterhouden. Maar dat ze samenzweren om kinderen te bedriegen. Dat ze je bang maken met gevaren die niet bestaan. En gelukkig met een leugen. Ik besloot me te wreken. Daar, op het midden van die trap waarover ik van de warme kinderlijke onschuld was afgedaald naar de koude realiteit. Ik ben niet gek. Mijn plan is die avond geboren. Samen met mijn achterdocht.

Het bloed zal niet te zien zijn terwijl het zich verspreidt over de al even rode mantel. Het mes zal op weinig weerstand stuiten als het zijn weg zoekt door de ingevallen oudemannenborst. De rimpelige huid is taai. Mijn mes is scherp. Wellicht raakt het een rib. De botten van de goedheiligman zijn broos. Zijn en mijn weg terug, de trap op naar de onschuld, zal niet lang duren. Mijn zus zal eindelijk vrij zijn.

Tags: , , , , , ,

8 Comments

  1. myra says:

    vind ze dan weer wel mooi.
    een hand vol,

  2. debbie says:

    vandaag nog vroeg ik me af, of ik m’n eigen kinderen het ooit zou wijsmaken, onder sociale druk, medeslachtoffer en medeplichtige van een grote samenzwering…. Hopelijk niet, wens me sterkte!

  3. fdfdfdf says:

    sommige geloven nog in sinterklaas!

  4. @debbie

    je kent nu de gevolgen. sterkte!

  5. @fdfdfdf

    arme dwazen!

  6. myra says:

    aardbeien,

    p.s. het is nog zomer in robert/brunoland: 9:30pm

  7. Leen Merckx says:

    Stilte …

Leave a Comment

XHTML: You can use these tags: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>