Expat over Amsterdam: ‘niet de hel’


“I think it was a guy called Camus who described the central canal ring of Amsterdam like Dantes like circles of hell. That couldn’t be further from the truth.”

Dat antwoordt expat Megan Roberts als haar gevraagd wordt naar de grootste misvatting over Amsterdam (op 1:30 in het filmpje). Ze doelt op La Chute (De Val) van Albert Camus. Het leven van hoofdpersoon Jean-Baptiste Clamence, een advocaat in Parijs, raakt volledig ontregeld wanneer hij een vrouw in de Seine hoort vallen. Ze pleegt zelfmoord. Clamence loopt door. Overmand door schulgevoelens verhuisd hij naar Amsterdam, de hel.

‘The Zuider Zee is a dead see and the concentric canals of Amsterdam are the concentric circles of hell, the “bourgeois Hell,” i.e., contemporary Europe. At the Mexico City bar we are at “the heart of things”, in the “last circle.” Clamence lives in the Jewish quarter, “the scene of one of the great crimes of history,” as he calls it, alluding to the deportation and massacre of the Jews and reminding us, at the same time, of the crucifixion of Christ, whose betrayer is chewed eternally in one of Lucifer’s mouths.’1

Daar hangt de Clemence rond in de binnenstad en verzamelt als een soort vampier/rechter/priester de gewetens van zijn slachtoffers. Hij neemt ze de biecht af. Maar hij is een profeet zonder messias en kan daardoor geen hoop bieden.

‘The doves of Amsterdam, ironically symbolizing the Holy Spirit, hover perpetually over the city, but they never descend. Salvation will never come.’ (Viggiani, 1960)

  1. Camus and the Fall from InnocenceCarl A. ViggianiYale French Studies, No. 25, Albert Camus (1960), pp. 65-71 Published by: Yale University Press. Stable URL: http://www.jstor.org/stable/2928903

Tags: , , , ,

Leave a Comment

XHTML: You can use these tags: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>