Borgerhout, Antwerpen.

van alles

Vijf jaar van rassenmoorden is te merken dat er vele miljoenen overheidsgeld in de ontwikkeling van Borgerhout gepompt. De wijk oogt nu als het modelvoorbeeld van integratie en hedendaagse stadsontwikkeling. Turken, Marrokanen, Afrikanen, Antwerpenaars en Vlaamse studenten en allerhande creatievelingen met kinderen wonen in een vriendelijk ogende wijk rondom pleintjes en parkjes waar kinderen vrij en vrolijk spelen al dan niet onder het toeziend oog van rustig op bankjes pratende groepjes mannen en vrouwen.

In de slecht onderhouden panden bloeien winkeltjes en andere kleine ondernemingen. Op de paar de Antwerpenaren na die de trein van de economische en sociale opleving van de wijk gemist schijnen te hebben en om 9.00 ‘s-ochtends in één van de bruine café’s hun eerste ‘pintje pakken’ na, lijkt iedereen bezig te zijn met iets, een doel te hebben in het leven.

De bloei van Borgerhout valt des te meer op wanneer je twee hoeken om slaat in de Aziatische wijk terechtkomt. Daar wordt eenieder die enigszins op een toerist lijkt aangeklampt door drugsrunners liggen in naar pis stinkende hoeken de slaapzakken en dozen klaar voor de nachtrust van junks en andere daklozen. Het lijkt wel of de gemeentelijke reinigingsdienst omkeert wanneer zij de grens van Borgerhout heeft bereikt. De Aziatische buurt is de afgelopen jaren duidelijk niet prioriteit geweest van de subsidiegever.

Wie op weg naar het centrum de Aziatische wijk doorstaat en doordribgt tot de Joodse buurt is verlost van tekenen van verval, maar ook bestolen van vrolijke straattaferelen en ander tekenen van leven. Wanneer de straten überhaupt bevolkt worden, worden zij dat door in het zwart gekleedde streng kijkende mannen en vrouwen die ingehouden hun onwerkelijk brave kinderen aan de hand leiden van huis naar gemeenschapshuis en van gemeenschapshuis naar huis. Slechts op vrijdag heerst hier leven, wordt mij verteld, leven in het teken van de tempel.

Culinair hoogtepunt in Antwerpen is tijdens dit bezoek, mediterrane specialiteiten ‘snackbar’ ‘t Fonteintje. Couscous, Tangine, visgerechten, scampi’s, calamares (ter plekke in deeg gedompelt), linzen, kikkererwten, vegetarische soepen, maar ook lamsvlees en grilworstjes. Dit alles voor schappelijke prijzen. Op en rond het pleintje, waar ‘t Fonteintje aan ligt, spelen kinderen in een container met bouwgrond, door ouders en kinderen omgedoopt tot ‘zandbak’. In combinatie met het al even populaire drinkwater fonteintje levert dat spelvormen op. Ik wordt fan van het kleine meisje met blauwe ogen en donkere krulletjes dat op blote voetjes op en neer pendelt tussen zand en water.

De volgende ochtend ontbijten we met Marrokaans broo, Turkse kaas e, Vlammse komkommers en olijven uit blik op een klein speelpleintje vlak naast het spoor. Twee meisjes van een jaar of tien elf hebben daar ruzie over wie het meest moslima is. “Ik bid. Ik ga naar de Moskee. Ben jij naar Mekka geweest. Ik geef tenminste toe dat ik niet naar Mekka ben geweest. Mjn vader is er geweest.” Het andere meisje komt nauwelijks aan het woord. Ze zit met haar vriendinnetjes op een rij op de wip die uitstekend dienst doet als beklaagde bank. De kant waar de meisjes op zitten is tot op de grond toe gezakt. Er wordt hier geen afweging gemaakt, het oordeel is al geveld.

Het doet me goed dat ze zo krachtig redeneert, dat meisje. Op een of andere manier doet ze me wel aan Theo van Gogh denken. Ze is alleen beleefder en haar argumenten zijn zuiverder. Van de twee meisjes is zij duidelijk het meest gegrepen door het Westerse liberalisme. Ze is zo’n moslima die politieke relletjes kan veroorzaken met haar uitspraken in de media. Ze draagt geen hoofddoek. is de ruzie daar mee begonnen?

Terug in het huis neuzen we wat rond. Kas heeft het voorhuis inclusief oude tapijtenfabriek gekocht voor twee ton. Hij verhuurt het bovenste stuk van heb huis als appartement, de beneden verdieping als studio en heeft in één van de twee fabriekshallen vier ateliers gebouwd. Boven de ateliers op de zolder, bouwt hij een loft voor zichzelf. Kas is 24.

Overal in Borgerhout staan zulke panden te huur. Hoe slechter onderhouden, hoe betaalbaarder voor jonge creatievelingen. Een goed onderhouden huisje aan het leukste park van Borgerhout, het Kurgerpark, heb je al voor 187.000 euro. Wanneer de Vlamingen over hun angst voor Borgerhout heen zijn en onbevooroordeelt de wijk kunnen bezoeken zullen deze prijzen in korte tijd verdubbelen. Borgerhout heeft qua infrastructuur veel weg van Prenzlauer Berg (?), Berlijns paradijs voor jonge blanke hoogopgeleidde tweeverdieners in creatieve beroepen, met kinderen.

Ik denk dat ik binnen Antwerepen Borgerhout niet vaak zou verlaten als ik er zou wonen. Natuurlijk ben ik in veel buurten nog niet geweest, maar Antwerpen stad is in ieder geval erg vervelend. Standaard en deprimerend. Het doet me erg denken aan het centrum van Gent, dat ik, toen ik er een jaartje woonde, altijd mijdde als de pest. Telkens wordt het weer bevestigd. Het gaat niet om de stad waarin je woont, je moet gewoon in de leuke buurt wonen.

Tags: , , , , , ,

One Comment

  1. leen says:

    Klopt als een bus! Borgerhout is een heel fijne plek om te vertoeven. Ik kreeg meteen een warm gevoel, de eerste keer dat ik er liep.
    Binnenkort woon ik in Antwerpen Stad. Een fantastisch huis; maar de buurt is minder. Doch, vlakbij Centraal Station hoop ik op heel wat vrienden”traffic” op, in en rond het huis. Maar ik hou een toeziend oog … en stiekem hoop ik op wat geld binnenkort. Want een eigen huis in zulk een buurt, met een stel kleine pagadders en leuke, relaxte mensen om me heen… dat lijkt me wel wat.

Leave a Comment

XHTML: You can use these tags: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>