Verkeerd begrepen

Uncategorized

Verkeerd begrepen worden is altijd vervelend. Wanneer iemand je verkeerd begrijpt en daaraan meteen extreme consequenties verbindt, zelfs je integriteit in twijfel trekt, is dat simpelweg om ongelukkig van te worden. Vooral wanneer degene die jou verkeerd begrijpt tegelijkertijd je allerhoogste baas is en de eindverantwoordelijke van de instelling waaraan je zoveel jaren hebt gestudeerd. Toch zou het een vergissing zijn aan zo een teleurstelling al teveel woorden te besteden. Het is in een academische gemeenschap belangrijk dat men fatsoenlijk met elkaar omgaat en elkaar niet onnodig beledigt. Daarom is het belangrijk dat de nadruk ligt op feiten en argumenten in plaats van wilde beschuldigingen.

In zijn brief in Observant 25, in reactie op het artikel Gezocht: 390 vrouwelijke hoogleraren in Observant 24, spreekt onze rector magnificus, Gerard Mols, zijn teleurstelling uit over het feit dat één van de twee posters die door het Centrum voor Gender en Diversiteit zijn uitgegeven in het kader van de internationale vrouwendag, is gebaseerd op de meeste actuele cijfers van de VSNU (2004). De rector ziet dat als een tekortkoming van ons onderzoek. In werkelijkheid is het juist één van de sterke punten. Waarop kun je beter je onderzoek baseren dan op officiële cijfers van een zo betrouwbare organisatie als de VSNU? Het gaat immers onder andere om het vergelijken van universiteiten, hoe kun je dat eerlijk en objectief doen als je voor de UM een andere methode hanteert, zoals de heer Mols suggereert? Dat op de poster duidelijk vermeld staat dat de cijfers zijn gebaseerd op de wopi-cijfers van de VSNU over 2004, spreekt voor zich.
Het tweede punt waarover de rector valt, moet te wijten zijn aan de haast waarin deze zijn reactie heeft geschreven, het is namelijk feitelijk onjuist. Zoals op de poster vermeld is, gaat het om hoogleraren die zowel vol- als deeltijds werken en niet alleen om voltijdse hoogleraren. Het kan bovendien wel waar zijn dat er per 16 maart 2006 tien vrouwelijke hoogleraren aan de UM werkzaam zijn. De poster telt echter niet personen maar het aantal fte’s dat door vrouwelijke en mannelijke hoogleraren wordt gewerkt.
Over de tweede poster meldt Mols dat het onjuist is dat de UM slechts één vrouwelijke onderzoeksdirecter telt. De ironie wil dat deze poster juist wel gebaseerd is op actuele cijfers van de UM zelf (situatie op 1 januari 2006), verstrekt door haar persvoorlichter, aangezien er over het aantal mannen en vrouwen in besturen nog geen VSNU cijfers bestaan!

Robert Buzink, master-student aan de FdCW en student-assistent bij het project ‘Participatie als prioriteit’.

Bekijk deze brief in de observant.

Tags:

One Comment

  1. daniël says:

    he Robbsel. het is toch niet helemaal aan jou om te reageren? jij bent student assistent, remember. ik denk dat diegene die het initiatief van de poster nam, ook de kritiek moet pareren, niet de student assistent. Dat zou zijn alsof ik publiekelijk het it beleid van de ub ga verdedigen. Lijkt me ook niet de bedoeling. Maar goed, misschein heb je het er intern wel over gehad, en schrijf ook ik te snel.

Leave a Comment

XHTML: You can use these tags: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>