Ayaan Hirsi Ali laat haar tanden zien

Uncategorized

Mijn vader zei het al toen ik nog zestien was: “Die Arabieren, die gaan ons land hier overnemen. Over twintig jaar lezen we allemaal de Koran. Dan praten we allemaal Arabisch.” Het is me toendertijd (midden jaren negentig) nooit echt opgevallen, het was deel van de domme praat die ouders uitkramen op de bank voor de televisie, een kruis dat elke belezen puber, maar misschien ook wel zoiezo elke puber moet dragen. Ook net zoals elke puber waarschijnlijk, moet ik constateren dat ik mijn vader zwaar onderschat heb: hij was zijn tijd ver vooruit! Heden ten dage beweren honderdduizenden vaders en moeders op de bank voor de televisie dat de moslims (de term Arabieren is uit de mode geraakt) de wereld gaan overnemen en dat we over twintig jaar vijf keer per dag knielen om de Arabische wave te doen richting oosten. En dat heeft niets met de achterhoek te maken, dat kunnen die vaders en moeders U wel vertellen.

De analyse van hedendaagse vaders en moeders is niet de synthese van allerlei complexe factoren. Ze hoeven hun mening überhaupt niet zelf te vormen. Dat moslims een bedreiging zijn voor de Nederlandse samenleving en haar waarden en normen, wordt hun letterlijk verteld. Ze hoeven het alleen maar te herhalen. De meest interessante van de onheilsprofeten is Ayaan Hirsi Ali. Door haar moslimachtergrond kan zij als geen ander inschatten hoe bedreigend het moslim gedachtegoed wel niet is voor Nederlandse liberale waarden zoals vastgelegd in de grondwet, als vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting en de scheiding van kerk en staat. Nu beweren critici dat haar moslimachtergrond haar juist blind maakt voor de nuances van het moslimgedachtegoed, zij zou uit rancune handelen. Zulke ad hominem argumenten zijn natuurlijk een beetje flauw, al zijn zij in dit geval wel gerechtvaardigd omdat zij zichzelf beroept op haar achtergrond in haar strijd tegen het moslimfundamentalisme. De relatie tussen haar achtergrond en haar kunde in twijfel te trekken is dus meer dan een retorische truuk of een logisch niet valide argument, maar toch niet erg overtuigend, zeker niet op deze manier geformuleerd.

Een andere manier om de uitspraken van Hirsi Ali te plaatsen is ze inhoudelijk stuk voor stuk te analyseren en ze met argumenten te bestrijden. Dat voert voor een column te ver, maar gelukkig zijn er allerlei mensen die daar voortdurend mee bezig zijn. Toch blijkt dat dat moeilijk is, vooral vanwege het soort beweringen, dat steeds gedaan wordt. Het gaat vaak om vrij abstracte toekomstvoorspellingen, het schetsen van donkere dreigende wolken die boven het Hollandse polderlandschap hangen. De argumentatie die gevoerd wordt is over het algemeen gebaseerd op incidenten. Door (terroristische) aanslagen incidenten te noemen wil ik ze overigens geenszins bagatelliseren. Ik wil alleen maar zeggen dat een aanslag op zich geen structureel verschijnsel is. Nu zijn er de laatste jaren vele aanslagen geweest -de aanslag op Van Gogh, maar ook die op Fortuin, de zelfmoordaanslagen in Israël, maar ook de aanslag op Sharon- en het is zeker geen overbodige luxe om een soort structuur proberen te ontdekken in al deze incidenten. De structuur van de dreigende donkere wolken boven het Hollandse landschap is echter maar één van de vele mogelijke structuren en dan ook nog één die slechts losjes beargumenteerd wordt door haar voorstanders. Dit losjes associëren van bepaalde incidenten met het beeld van een alle verworven vrijheden opslokkende Islam zou in een academisch debat niet lang standhouden. Op televisie doet dit beeld het echter erg goed. Televisie gebruik ik hier enigszins ironisch als metafoor voor de hedendaagse retorische ruimte. Het is niet het gevolg van de massamedia dat mensen met ondoordachte ideeën veel succes kunnen hebben, het is het gevolg van de menselijke natuur. Donkere wolken zijn een retorisch krachtig beeld dat het even goed gedaan zou hebben in Athene op de agora als in Nederland op Nova.

Omdat het op bovenstaand niveau in discussie treden met mensen als Hirschi Ali onvermijdelijk lijdt tot een beeldenstrijd, wil ik het hier liever hebben over een meer fundamenteel probleem in haar optreden. Dit probleem kwam op mooie wijze tot uiting met het verschijnen van het rapport Dynamiek in islamitisch activisme. Aanknopingspunten voor democratisering en mensenrechten van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid dat onder andere gaat over de wijze waarop in de politiek wordt gesproken over (problematiek rondom) moslims. Uit het rapport komt naar voren dat de wijze waarop sommige politici zich uitlaten over moslims, namelijk eenzijdig negatief, de problematiek rondom moslims waarschijnlijk verergerd. De reactie van Hirschi Ali op dit rapport was tekenend. Zij suggereerde, overigens zonder het rapport überhaupt goed gelezen te hebben, dat met degene die dit rapport geschreven had een functioneringsgesprek gehouden zou moeten worden. Daarnaast vond zij dat het tijd werd de positie van de hele raad maar eens nader te beschouwen. Hirsi Ali voelde zich duidelijk aangevallen en verdedigd zich fel, maar dat is niet het interessante aan deze kwestie. De vraag die gesteld moet worden is deze: In hoeverre getuigd het van liberale waarden om een belangrijke wetenschappelijke raad van advies met opheffing te bedreigen wanneer deze een weloverwogen advies uitbrengt waar je het toevallig niet mee eens bent? Het antwoord is duidelijk: de reactie van een willekeurige ayatollah in Iran zou dezelfde zij als die van Hirsi Ali: weg ermee. Wanneer het er echt op aan komt gooit Ayaan Hirschi Ali al haar zogenaamde idealen overboord en doet zij precies datgene waar zij zegt tegen te strijden. Zo strijden terroristen, ayatollah’s en Hirsi Ali en de haren uiteindelijk zij aan zij tegen de liberale samenleving. Waar ayatollah’s wolven zijn in wolfskleren en terroristen wolven in schaapskleren is Ayaan Hirsi Ali een wolf in herderskleren.

Het bovenstaande gaat veel verder dan de bewering dat uitlatingen van de Hirsi Ali polariserend werken. Er wordt niet meer of minder beweerd dat de manier van denken van mensen zoals Hirsi Ali op zijn minst even bedreigend is voor onze liberale samenleving als terroristische aanslagen. Het zou van weinig goede smaak getuigen om de opmerkelijke paradox in het denken van Hirsi Ali te wijden aan het conflict tussen haar Islamitische en haar Westerse achtergrond. Het zijn juist zulke simplistische analyses die ik hier bestrijd. We moeten nooit vergeten dat wat de moordenaar van Pim Fortuyn verbindt met de moordenaar van Theo van Gogh niet hun ideologische overtuiging is, maar de radicale manier waarop hun verschillende ideologieën zich uiten. Het zijn kortom niet de moslims die ons bedreigen, maar radicale ideologen, of dat nu radicale moslims, radicale linkse activisten of radicale joden zijn. Ik zou daarom het beeld van de donkere wolk boven het Hollandse polder landschap willen vervangen door het retorisch minder geschikte, maar toepasselijkere beeld van de bodysnatchers. Zonder dat we het weten worden de lichamen van onze landgenoten, zwart, wit, man, vrouw, overgenomen door kwaadwillende aliens die slechts één doel hebben: macht verwerven ten koste van de verworven vrijheden van een liberale samenleving.

Voor een mogelijke politieke houding ten opzichte van deze problematiek, zie nepconservatisme.

Post scriptum

1. Rest mij nog de vraag waarom mijn vader midden jaren negentig al regelmatig uitsprak wat nu op de tong ligt van menig politicus en televisiekijker. De eerste mogelijke verklaring ligt in het feit dat, hoewel hij een Hollandse slagerszoon is uit Ridderkerk, hij er uit ziet als een Turk. Donkere huid, donkere ogen, donkere haar en zo’n klassieke turkensnor. Mijn vader is nooit bleek, ook niet in de winter. Hoewel ik aanvoel dat het er iets mee te maken moet hebben, zou ik niet weten hoe het er precies mee te maken heeft, dat geef ik eerlijk toe. Wat ook van belang is, denk ik, is dat hij in zijn functie als bedrijfsleider bij wat toen nog Durox was, dagelijks in contact kwam met Islamitische gastarbeiders. Ik weet nog het onderscheid dat hij aan de eettafel dikwijls maakte tussen Turken en Marokkanen. Met de eersten was uitstekend samen te werken (tegen Turken ‘had hij niets’) maar met de laatste viel geen land te bezeilen, laat staan gasbeton te maken. Hoe dit te precies te rijmen valt met zijn voorlopersrol als onheilsprofeet is mij ook in dit geval niet geheel duidelijk, maar dat het er iets mee te maken heeft, is zeker. Tenslotte de jaren in Frankrijk en zijn contact daar met gastarbeiders en zijn intieme contact met zijn neef, ook nog toen hij weer in Nederland woonde, woonachtig in Antibes. Frankrijk liep destijds erg voorop qua moslimretoriek. De felheid waarmee oom Gerrit en zijn vrouw in de jaren negentig al over de aangeboren slechtheid van Arabieren praatten, herinner ik mij levendig. De vrouw van Gerrit Neef was ook niet echt heel erg bleek, maar hoe dat precies zat weet ik nog steeds niet. Over Algerije hoorde ik pas veel later, tijdens het bestuderen van Camus en Sartre. Wel weet ik nog dat zij hondjes schilderde, hondjes voor de bourgeoisie. En haar hondje at tartaar in plaats van blik. Tartaar en plastic wortels. Enkele van de meest gastvrije mensen die ik in die jaren gekend heb, een feit dat hun afkeer van Arabieren nog opvallender maakt. Maar goed, één en ander draagt weinig bij aan het begrijpen van de uitlatingen op de bank voor de televisie van mijn vader toen en zovele vaders nu. Of toch? Misschien is dat wel de interessante waarheid, als ik zo onbeleefd mag zijn over de waarheid te spreken. Misschien is die hele angst voor moslims wel helemaal niet ontstaan op elf september 2001. Misschien was er ook al in jaren negentig, of misschien zelfs eerder, en ben ik en verder iedereen het gewoon vergeten. Dat zou nog eens een interessant cultuur wetenschappelijk onderzoek zijn, om te kijken waar die angst voor moslims eigenlijk vandaan komt. Je zou daarbij sterk kunnen leunen op onderzoek naar antisemitisme, dat ook niet in de jaren dertig ontstaan is, maar een lange historie kent. Maar dat terzijde.

2. Er zit in de anekdote van Ayaan Hirsi Ali en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid natuurlijk nog een onderzoekswaardig fenomeen verborgen, namelijk de verhouding tussen wetenschap en politiek. De reactie van Hirsi Ali lijkt de angstdroom van Habermas, de technocratische samenleving die geregeerd wordt door experts, krachtig tegen te spreken. Misschien dat Hirsi Ali zich zelfs bedient van Habermas-achtige argumenten in haar aanvallen op de raad, waardoor een heel andere nachtmerrie om de hoek komt kijken: die van een samenleving waar de wetenschap überhaupt geen invloed op de politiek kan uitoefenen en iedereen maar als een kip zonder kop loopt te kakelen (contradictio in terminis, ik weet het).

Tags:

2 Comments

  1. Mujaheddin says:

    Vroeger schenen ze ook nog wel Mohammedanen te heten, maar dat is kennelijk helemaal passé. Wat betekend Moslim eigenlijk? Christenen, Mohamedanen, en natuurlijk de Joden – bij gebrek aan profeet – en natuurlijk de Boeddhisten…. maar Moslims? Komt dat van Moslima? Maar waar komt Moslima dan van? Ayaan Moslim hirsi… nee nee, dat is toch niet goed onthouden.
    Aha: Een moslim (Arabisch: مسلم, moeslim) is letterlijk: iemand die zich overgeeft. Maar dat kan dus ook aan de literatuur van Bulgakov zijn. Nee, dan vind ik Mohammedaan toch beter.

Leave a Comment

XHTML: You can use these tags: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>