cultuur = macht = alles

Uncategorized

de productie van geloof

Bij het construeren van de canon is er één vraag die alle andere domineert: welke culturele objecten zijn deel van de canon en welke niet? Wanneer je de praktijk van het construeren van de canon zo herformuleert wordt pijnlijk duidelijk dat het per definitie een proces van in- en uitsluiting betreft. Het nobele streven kinderen (de Nederlandse) cultuur bij te brengen verwordt zo in drie zinnen tot een culturele machtstrijd.Het is ook in die termen dat we de recente pogingen van ‘Turkse’ en ‘Marokkaanse’ Nederlanders om toegang te krijgen tot de constructie van de canon moeten begrijpen. Dat Nederlanders hier niet tussen aanhalingstekens staat wil niet zeggen dat de Nederlandse culturele identiteit een vaststaand gegeven is. Zoals we aan de met enige regelmaat oplaaiende discussie rond de constructie van de canon kunnen zien, is culturele identiteit een strijdperk.

Het is niet nodig de term waarmee je de inwoners van een land aanduidt tussen aanhalingstekens te zetten vanwege het simpele feit dat het burgerschap relatief gemakkelijk te definiëren en te controleren valt: heb je een Nederlands paspoort, dan ben je een Nederlander. Het lijkt een kinderlijk simpele constatering, maar zoals we zullen zien is het eerder een politieke stellingname. Een Nederlands paspoort betekent namelijk niet meteen dat je er ook bij hoort. Om er bij te horen moet je nog veel meer moeite doen dan je moet doen voor het verkrijgen van een Nederlands paspoort.

Het idee dat de cultuur het strijdperk is van de strijd om culturele hegemonie is allesbehalve een nieuw idee. Toch lijkt het verdwenen te zijn in de discussie rondom de constructie van de canon. Er wordt gesproken in termen van het opnieuw invoeren van de canon (er heeft blijkbaar een tijdje geen canon bestaan) en de discussie draait om de invulling van de op nieuw in te voeren canon. Het idee van cultuur als machtsstrijd zou echter niet alleen kunnen dienen als instrument tot inzicht in het debat (voor wetenschappers) of tot aanzet tot strijd om de inhoud van de canon (voor de participanten in het debat).

Het inzicht dat de strijd rondom de inhoud van de canon een machtstrijd is tussen verschillende groepen in de samenleving zou ook gebruikt kunnen worden als argument tegen het herinvoeren van de canon überhaupt. Het is immers nog maar de vraag of de uitkomst van een machtsstrijd tussen groepen Nederlanders moet gaan gelden als leidraad voor alle Nederlanders.

Met deze inzet zou ik onze kennis omtrent de kritiek op de canon nog eens willen opfrissen. Ik zal dat doen aan de hand van het werk van Bourdieu. Ik zeg bewust ‘werk’ en niet ‘theorie’. Bourdieu had namelijk een hekel aan hoogdravende theorieën en legde in al zijn publicaties de nadruk op de empirische grondslag van zijn idee�n. Tevens waarschuwde hij ons voor het gevaar van simplificatie en samenvatting. Wanneer je iets makkelijk vertelt en/of samenvat dan doet dat af aan de betekenis van wat je probeert uit te leggen. De wereld is nu eenmaal ingewikkeld lijkt hij te willen zeggen, daar doe je niets aan af.

Toch ga ik, U voelt het al, pogen een samenvatting te geven van de theorie die ten grondslag ligt aan het werk van Bourdieu. Om de geest van de meester niet ongunstig te stemmen, zal ik vervolgens zijn theorie uitwerken aan de hand van een paar voorbeelden ‘uit het leven’.

Bourdieu benadert elk maatschappelijk domein als een veld. Dat wil zeggen een samenhang van objectieve relaties tussen objectief gedefinieerde posities die dwang uitoefenen op degenen die deze posities bekleden. Binnen elk veld wordt een specifiek spel gespeeld met een specifieke inzet. Deze inzet noemt Bourdieu kapitaal. Kapitaal is de vorm die macht aanneemt binnen een bepaald veld. De regels van het spel, met als inzet macht, worden niet alleen afgedwongen door ‘het veld’ maar zij ook neergeslagen in de hoofden van de spelers in de vorm van disposities, duurzame schema’s van waarneming en waardering en neigingen tot handelen. Hiervoor gebruikt Bourdieu het begrip habitus. De relatie tussen habitus en veld is tweezijdig. De habitus is de neerslag van de structuur van een veld en tegelijkertijd houdt zij het veld in stand doordat ze de oorsprong is van een praktisch handelen dat de structuur van het veld bevestigt.

In het ‘kunstwereldje’, is de inzet van het spel cultureel kapitaal. Cultureel kapitaal onderscheidt zich van andere soorten van kapitaal in die zin dat de waarde omgekeerd evenredig samenhangt met commercieel succes. In het culturele veld is het met andere woorden zaak je zo min mogelijk bezig te houden met economisch gewin. De materiele waarde van een succesvol kunstwerk (de materiaalkosten, het uurloon van de kunstenaar, transport, etc.) staan dan ook in geen enkele verhouding tot de handelswaarde ervan. Een kunstwerk heeft in die zin geen waarde an sich. Elke waarde die het bezit is er aan gegeven, door de kunstenaar, de kunsthandelaar, de recipi�nt, de museumdirecteur en zo verder. Wanneer een galeriehouder een werk in zijn zaak hangt, dan investeert hij of zij zijn of haar reputatie in dat werk. De reputatie van een kunsthandelaar hangt af van zijn relaties met andere actoren in het veld en met eerder gedane investeringen. De kunstenaar speelt in het culturele veld een dubbelzinnige rol. Aan de ene kant houdt hij zich verre van een handelswijze die direct commercieel succes beoogt, aan de andere kant moet hij wel rekening houden met de economische mechanismen die voor elke handelaar een rol spelen. Wanneer hij of zij dus zijn of haar reputatie investeert in een bepaalde kunstenaar is direct commercieel succes per definitie uitgesloten. Wanneer de handelaar het spel echter goed speelt zal de kunst van de kunstenaar mettertijd in waarde stijgen. Dit is het proces waarbij avant-garde kunst verwordt tot gevestigde kunst.

Je zou kunnen zeggen dat er twee soorten kunsthandelaren bestaan. Aan de ene kant heb je handelaren die handelen in gevestigde kunst. Zij hoeven hun reputatie niet meer op het spel te zetten. De kunst die zij kopen en verkopen heeft reeds een gevestigde waarde en kan commercieel uitgebaat worden. Aan de andere kant heb je de handelaren die zich bezig houden met avant-garde kunst. Deze kunst moet nog een positie verwerven op de markt, een positie die gedomineerd wordt door de op dat moment gevestigde kunst. De avant-garde gaat dus een machtsstrijd aan met de ‘gevestigde orde’, wanneer zij succesvol is verwerft zij een bepalende positie en verwordt tot gevestigde kunst, daarmee de tot dat moment bepalende kunst naar het verleden verbannend. Het verleden van de moderne kunsten bestaat dus uit een reeks van de troon gestoten tot gevestigde kunst verworden avant-gardes.

Zoals ik al zei, het is moeilijk Bourdieu samen te vatten, maar als hij of zij ons iets leert, dan is het wel dat de kwaliteit van kunst niet inherent is aan het kunstwerk of aan de kunstenaar. Er wordt waarde aan een kunstwerk of een kunststroming toegekend in een voortdurende strijd om macht.

wordt vervolgd…

Tags:

Leave a Comment

XHTML: You can use these tags: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>